DORN METHODE
Beenlengteverschil / Bekkenscheefstand / Verschoven wervels
Achtergrond
De Dorn methode is ontwikkeld door Dieter Dorn in Duitsland en is
daar inmiddels een bewezen en geaccepteerde behandelwijze.
Nadat Dieter door een boer uit een naburig dorp met een eenvoudige
behandeling (met een duimdruk) van zijn klachten afgeholpen werd,
heeft hij zelf deze methode verder ontwikkeld.
Zijn lijfspreuk werd: "Ein kranken rücken soll mann drücken".
Binnen de Dorn-methode worden blokkades en scheefstand van
wervels en gewrichten met de handen aangevoeld en op een zachte manier,
met een duimdruk, gecorrigeerd.
Het betreft hier een heel eenvoudige, maar doeltreffende manuele
methode, zonder "kraken". Correcties worden altijd gedaan terwijl
de cliënt beweegt, zodat het lichaam zichzelf corrigeert.
Voor wie?
De Dorn methode kan allereerst ingezet worden bij klachten van het
bewegingsapparaat, en daarnaast bij een scala aan klachten
die kunnen voortkomen uit wervel- en bekkenscheefstand.
Enkele voorbeelden:
· (Lage) rugpijn
· Ischias
· Scoliose
· Bekkeninstabiliteit
· Hoofdpijnen/migraine
· Nek- en schouderklachten
Kinderen en tieners
Bij kinderen en tieners is het zinvol (en verstandig) om
regelmatig de wervelkolom en de gewrichten te controleren,
zodat zij zich evenwichtig kunnen (blijven) ontwikkelen.
Symptomen van verschoven wervels en gewrichten
bij kinderen kunnen zijn:
· spijsverteringsproblemen
· "traagheid" in de ontwikkeling
· slaapproblemen
· onrust in gedrag
· slechte weerstand.
In de puberteit treden soms verschuivingen op door een
plotselinge snelle lengtegroei.
Niet voor niets wordt uw kind voor het deze groeispurt ingaat door
de schoolarts gecontroleerd op een beginnende scoliose
(met de zogenaamde buktest).
De behandeling
De basis van de Dorn-behandeling bestaat uit het onderzoeken
en zonodig corrigeren van beenlengteverschil.
Wanneer er een beenlengteverschil is ontstaat
bekkenscheefstand en hieruit ontstaan vaak verschuivingen
van wervels.
Beenlengteverschil komt zeer veel voor en kan ontstaan doordat
de kop van het bovenbeen uit de heupkom schuift.
Dit kan het gevolg zijn van een verkeerde houding, bijvoorbeeld
bij zittend werk waarbij men veel met de benen
over elkaar geslagen zit of bij veelvuldig of langdurig
autorijden. Maar ook een val
(bijvoorbeeld van een paard), "vertillen" of een misstap
kunnen hiertoe leiden.
Naast het heupgewricht worden ook het kniegewricht
en spronggewricht nagezien:
in totaal kan er bij verschuivingen wel zo'n 5 cm. verschil
bestaan tussen het linker- en rechterbeen.
In tegenstelling tot andere methoden waarbij men het korte
been kunstmatig langer probeert te maken (door zooltjes
of hakverhoging) wordt bij de Dorn-correcties het lange been korter.
Hierna worden het bekken en de wervelkolom gecontroleerd
en indien nodig naar een natuurlijke stand teruggebracht.
Door scheefstand van een of meerdere wervels worden de
spinale zenuwen die uittreden belemmerd in hun functie.
Naast pijn kan dit klachten geven in de hiermee
samenhangende
segmentale zones.
Een voorbeeld: scheefstand van de 3e lumbale wervel kan
klachten geven op het gebied van de zwangerschap, menstruatie
en overgang en verder blaasklachten, knieklachten, impotentie,
en bedplassen. Bij de Dorn methode wordt geprobeerd een
optimale ruimte in de wervelkolom te creëren, waardoor de
spinale
zenuwen ongestoord hun werk
kunnen doen.
Tenslotte kunnen ook het staartbeen en schouder-
en armgewrichten nagelopen worden.
Contra-indicaties
Een basisvoorwaarde voor elke behandeling is dat u
zelfstandig moet kunnen staan en lopen en moet
kunnen plaatsnemen op de massagetafel. Dit is nodig omdat
de behandeling plaatsvindt terwijl u bepaalde bewegingen maakt
en u na de behandeling de zelfhulpoefeningen moet
kunnen uitvoeren. Na een zwaar ongeluk of zware val moet u
eerst een diagnose laten stellen door een arts of specialist,
voordat u eventueel behandeld kunt worden.
In de volgende situaties kan de Dorn-methode niet
toegepast worden:
· Bij osteoporose (botontkalking)
· Bij sterke griepsymptomen of koorts
· Na jarenlang intensief gebruik van cortisonen/Prednison
en bij gebruik van bloedverdunners
· Bij kanker en metastasering
· Bij ontstekingen en verse fracturen van wervels en gewrichten
· Bij acute hernia of spit
· Bij verlamming.
Na de behandeling
Er kan gedurende enkele dagen wat spierpijn optreden.
Het is belangrijk om de eerste dagen na de behandeling
zware inspanning en tillen te vermijden.
Het lichaam moet wennen aan de nieuwe stand en spieren,
pezen en andere weefsels moeten hun nieuwe spanning vinden.
Het helpt hierbij om voldoende te drinken
(water en kruidenthee) zodat de afvalstoffen die los zijn
gekomen uit de weefsels afgevoerd kunnen worden.

